Elke vzw-schoolbestuur heeft een boekhouding. Wanneer kan een vereenvoudigde boekhouding in plaats van een dubbele?
De vzw-wet legt aan elke vzw-schoolbestuur de verplichting op tot het voeren van een boekhouding. Sommige onder hen vallen niet onder de verplichting tot het voeren van een dubbele boekhouding en zijn dus gerechtigd een vereenvoudigde boekhouding te voeren. Op basis van het decreet van 15 juli 2005 betreffende het onderwijs XV kreeg het VSKO de mogelijkheid om voor zijn vzw-schoolbesturen die voor het voeren van een vereenvoudigde boekhouding in aanmerking komen, een eigen model voor de vereenvoudigde boekhouding te ontwikkelen. Dit model is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 7 april 2006. Bij de opbouw van het VSKO-model voor de vereenvoudigde boekhouding is uitgegaan van:
Het garanderen van de gelijkwaardigheid met de bepalingen van het KB van 26 juni 2003;
Een rekeningenstelsel dat aansluit bij dat van de dubbele boekhouding;
Transparantie in functie van de analyse van de diverse facetten van de schoolwerking;
Op 1 januari 2006 treedt het VSKO-model voor de dubbele boekhouding in het katholiek onderwijs in voege. Dit model legt de context vast waarbinnen de katholieke scholen die door een grote of een zeer grote vzw bestuurd worden, hun schoolboekhouding kunnen voeren, in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk X, afdeling III van Onderwijsdecreet XV en met de bepalingen van artikel 17 § 4 van de vzw-wet.
De belangrijkste vragen en antwoorden worden gepubliceerd in onze vragenbank. U kunt deze vragenbank raadplegen via trefwoorden.
Controle op de aanwending van de werkingsmiddelen in het gesubsidieerd onderwijs
De regeling voor de tegemoetkoming door de Vlaamse Regering in de kosten van de bedrijfsrevisor werd verlengd. Daardoor kunnen die VZW schoolbesturen die verplicht zijn hun boekhouding voor te leggen aan een bedrijfsrevisor de kosten daarvan recupereren voor maximum 90 %.
De VSKO-mededeling daarover vind je hier.